Functionaliteitseconomie

“In de functionaliteitseconomie telt gebruik vóór bezit en is het streefdoel om eerder productgerelateerde diensten dan de producten zelf te verkopen.”

 

 

Naar aanleiding van studies over de schaarser wordende natuurlijke hulpbronnen, de opwarming van de aarde als gevolg van een te groot verbruik van fossiele energie, het exponentiële verbruik van massaconsumptieproducten, de snelle verandering van die producten en de afvalstromen die eruit voortvloeien zijn de hulpbron- en energiezuinigere visies “herstellen in plaats van weggooien” en “huren in plaats van kopen” actueler dan ooit.

Als recent opkomende benadering volgt de functionaliteitseconomie deze logica om de verkoop van producten te vervangen door de verkoop van het gebruik ervan.

De producent van het goed blijft de contractuele eigenaar en rekent de klant het gebruik van het product aan.

De economische waarde van het product is niet meer gebaseerd op zijn ruilwaarde maar wel op zijn gebruikswaarde.

Zodoende doet de producent er alles aan om een solide, gemakkelijk te herstellen product te maken, wat de levensduur ervan aanzienlijk verlengt.

Hoe langer het product gebruikt wordt, hoe meer het de producent opbrengt.

Voor de consument zit de waarde van een product in de functie, m.a.w. het voordeel dat hij haalt uit het gebruik ervan naar zijn eigen behoefte, en niet in het bezit van het product in kwestie.

In die context verloopt het gebruik van het product veel doordachter, wat een besparing oplevert op financieel vlak, inzake energie en qua grondstoffen.

 

Dit principe heeft heel wat voordelen op milieu- en economisch vlak.

  • Lager energie- en grondstoffenverbruik
  • Langere levensduur van producten
  • Geoptimaliseerd afvalbeheer

 

In het kader van de functionaliteitseconomie moet de producent, precies omdat hij eigenaar blijft van zijn product, dit zodanig ontwerpen dat het een zo lang mogelijke levensduur houdt (ecodesign).

Dit zorgt voor een verlaging van de geproduceerde volumes en dus voor een vermindering van de behoeften aan hulpbronnen en energie.

Aangezien overigens ook de herstellingen ten laste van de producent zijn, zal deze er bijzonder goed op letten dat zijn product gemakkelijker hersteld en de onderdelen vlotter vervangen kunnen worden.

Deze nieuwe visie zal een substantiële weerslag hebben op de hoeveelheid geproduceerd afval en zal ook hergebruik in de hand werken.

Voor de consument is de redenering simpel: hoe meer hij consumeert, hoe meer hij betaalt.

Het is tijd voor een andere kijk op de manier waarop wij goederen en diensten consumeren, zonder grote offers te moeten doen maar met een bredere bewustwording.

Als kers op de taart zal die visie om onze consumptiemaatschappij om te vormen tot een functionaliteitseconomie ook gegarandeerd besparingen opleveren voor de gezinnen…

 

Een concreet voorbeeld: de auto

 

Geen auto meer kopen, maar betalen per gereden kilometer.

In plaats van systematisch de auto met zijn verbrandingsmotor te nemen voor een korte rit, kan de consument kiezen voor een alternatieve vervoersoplossing (carpooling, elektrische auto, fiets, openbaar vervoer, …)

Gedaan met lange ritten alleen in de auto om naar het werk te gaan. De voorkeur gaat uit naar carpooling om de kost per kilometer zo rendabel mogelijk te maken… en de verkeersdrukte wat luwer te maken.

Ook het delen van een auto onder verschillende mensen zou een nieuw economisch en maatschappelijk model kunnen worden.

Die nieuwe aanpak zou uiteraard gunstig zijn voor het milieu:

  • Minder brandstofverbruik – minder uitstoot van broeikasgassen
  • Langere levensduur van auto’s (hulpbronbesparend)
  • Lagere afvalproductie (hergebruik, herstelling, …)

 

In de praktijk vereist dit vanzelfsprekend een grondige mentaliteitsverandering.

Producenten en consumenten moeten beseffen dat het huidig economisch model niet meer strookt met de werkelijkheid van de tijd waarin we leven.

GRSE
Duvigneaud
Sametal
Wilmet